Een afgekeurde elektrische keuring klinkt dramatischer dan het meestal is. In de meeste gevallen gaat het om een handvol concrete inbreuken die een elektricien in enkele uren wegwerkt, gevolgd door een herkeuring. En vaak zijn de inbreuken te voorkomen, als je weet waar de inspecteur op let.
Inspecteurs toetsen je installatie aan het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI), Boek 1 voor laagspanning. Sommige inbreuken zijn administratief, andere raken aan de veiligheid. Hieronder vind je de tien redenen voor een negatief keuringsverslag die onze inspecteurs het vaakst noteren, met telkens de oplossing.
Waarom wordt een elektrische installatie afgekeurd?
Een keuring bestaat uit een administratief nazicht van de schema’s, een visuele controle van de installatie en een reeks metingen en tests. Elke vaststelling die niet conform het AREI is, wordt als inbreuk in het verslag opgenomen. Eén inbreuk volstaat voor een negatief verslag. Het verslag vermeldt daarbij meestal ook het betrokken artikel, zodat je elektricien precies weet wat er moet gebeuren.
Goed om te weten: een afgekeurde installatie mag in de regel in gebruik blijven. Je krijgt een termijn om de inbreuken weg te werken en een nieuwe keuring aan te vragen. Bij een nieuwe installatie of uitbreiding moet dat wel gebeuren vóór de ingebruikname.
De top 10 van inbreuken bij een afgekeurde elektrische keuring
1. Ontbrekende of foute schema’s
Zonder eendraadschema en situatieschema kan de inspecteur de installatie niet volledig beoordelen. Ook schema’s die niet overeenstemmen met de werkelijkheid, bijvoorbeeld na een verbouwing, leveren een inbreuk op. Dit is de meest voorkomende administratieve reden voor een afkeuring.
Oplossing: laat de schema’s opmaken of actualiseren door een elektricien of een andere bevoegde persoon. Lees hoe een situatieschema van je elektrische installatie eruitziet.
2. Problemen met de aarding en de spreidingsweerstand
Een goede aarding leidt foutstromen veilig weg. De inspecteur meet de spreidingsweerstand van de aardelektrode. Het AREI gaat uit van een waarde onder 30 ohm. Tussen 30 en 100 ohm kan de installatie nog conform zijn als alle kringen beveiligd zijn door een differentieelschakelaar van 30 mA. Boven 100 ohm is de aarding onvoldoende. Ook een ontbrekende aardingsonderbreker (waardoor de meting niet kan gebeuren) of niet-geaarde kringen zijn klassieke inbreuken.
Oplossing: een bijkomende aardingspin of aardingslus, een aardingsonderbreker plaatsen, of extra differentieelbeveiliging voorzien.
3. Ontbrekende of verkeerde differentieelschakelaars
Elke huishoudelijke installatie heeft aan het begin een algemene differentieelschakelaar nodig met een gevoeligheid van maximaal 300 mA. Daarnaast is een differentieelschakelaar van 30 mA verplicht voor de kringen van badkamers en doucheruimtes en voor toestellen in natte omgevingen, zoals wasmachine, droogkast en vaatwasser. Ontbreekt zo’n toestel, is het verkeerd aangesloten of werkt de testknop niet, dan volgt een inbreuk.
Oplossing: de juiste differentieelschakelaars laten plaatsen en ze regelmatig testen met de testknop.
4. Inbreuken in de badkamer en douche
Badkamers worden ingedeeld in zones rond bad en douche, met per zone regels over welk materiaal mag en hoe het beschermd moet zijn. Contactdozen te dicht bij de douche, verlichting zonder de juiste beschermingsgraad of een boiler in een verkeerde zone zijn vaak voorkomende inbreuken. De regels voor badkamers werden herschreven door het KB van 3 oktober 2024 (in werking sinds 1 maart 2025). Lees meer in ons artikel over de AREI-wijzigingen van het KB van 3 oktober 2024.
Oplossing: materiaal verplaatsen buiten de zone of vervangen door materiaal met de juiste beschermingsgraad.
5. Niet-conforme contactdozen
Contactdozen in een woning moeten geaard zijn en voorzien van kinderbeveiliging (de afsluitbare openingen). Oude, niet-geaarde contactdozen of contactdozen zonder kinderbeveiliging zijn vooral in woningen van vóór 1981 schering en inslag. Ook loszittende of beschadigde contactdozen worden genoteerd.
Oplossing: vervangen door geaarde contactdozen met kinderbeveiliging en de aardingsgeleider effectief aansluiten.
6. Te veel contactdozen op één kring
Het AREI beperkt het aantal contactdozen per kring tot acht, waarbij een meervoudige contactdoos als één telt. Wie bij een verbouwing extra stopcontacten aftakt van een bestaande kring, overschrijdt die grens snel.
Oplossing: een extra kring trekken vanuit de verdeelkast en de contactdozen verdelen.
7. Verkeerde kabeldoorsnedes en automaten
De beveiliging moet afgestemd zijn op de kabel. Voor kringen met contactdozen geldt een doorsnede van minstens 2,5 mm² met een automaat van maximaal 20 A. Zuivere verlichtingskringen mogen 1,5 mm² met maximaal 16 A. Een automaat van 20 A op een kabel van 1,5 mm² is een inbreuk, omdat de kabel kan oververhitten vóór de automaat uitschakelt.
Oplossing: de automaat vervangen door een lagere waarde of de kabel vervangen door een zwaardere doorsnede.
8. Ontbrekende equipotentiale verbindingen
Metalen leidingen van water, gas en verwarming, en metalen delen in de badkamer (bad, douchebak, radiator) moeten met elkaar en met de aarding verbonden zijn. Zo kan er geen gevaarlijk spanningsverschil ontstaan tussen metalen delen die je tegelijk kunt aanraken. Vooral de bijkomende equipotentiale verbinding in de badkamer ontbreekt vaak.
Oplossing: een elektricien verbindt de metalen delen met een aardingsgeleider en de hoofdequipotentiale rail bij de verdeelkast.
9. Geen markering in de verdeelkast
Elke automaat en differentieelschakelaar in het bord moet gemarkeerd zijn, zodat duidelijk is welke kring hij beveiligt, in overeenstemming met het eendraadschema. Een bord zonder opschriften, of met opschriften die niet kloppen, is een eenvoudige maar veel voorkomende inbreuk. Ook ontbrekende afdekplaten waardoor je spanningvoerende delen kunt aanraken, worden genoteerd.
Oplossing: de kringen nummeren en benoemen, en de verdeelkast afdekken.
10. Beschadigd materiaal en verlengsnoeren als vaste installatie
Gebarsten schakelaars, loshangende kabels, aftakdozen zonder deksel en blootliggende aders zijn directe veiligheidsrisico’s. Hetzelfde geldt voor verlengsnoeren en stekkerdozen die als vaste bedrading worden gebruikt, bijvoorbeeld langs een muur naar een vast toestel. Die horen niet in een vaste installatie.
Oplossing: beschadigd materiaal vervangen en verlengsnoeren vervangen door vaste bedrading met een bijkomende contactdoos.
Hoe voorkom je een afgekeurde elektrische keuring?
Veel inbreuken zijn vooraf te spotten. Loop daarom de volgende punten na vóór de inspecteur langskomt:
- Zijn het eendraadschema en het situatieschema aanwezig en actueel?
- Is de verdeelkast gemarkeerd en afgedekt?
- Werken de testknoppen van alle differentieelschakelaars?
- Zijn alle contactdozen geaard, voorzien van kinderbeveiliging en onbeschadigd?
- Hangen er geen losse kabels of permanente verlengsnoeren?
- Is de aardingsonderbreker bereikbaar en zijn de metalen leidingen verbonden?
Wil je niets vergeten? Gebruik onze checklist om je elektrische keuring voor te bereiden. Twijfel je over de technische punten, laat dan een elektricien de installatie vooraf nakijken.
Wat doe je na een negatief keuringsverslag?
Het keuringsverslag vermeldt elke inbreuk afzonderlijk. Ga ermee naar een elektricien, laat de inbreuken herstellen en vraag een herkeuring aan. De inspecteur controleert dan enkel de vastgestelde inbreuken.
De termijn hangt af van het type keuring:
- Periodieke keuring: 12 maanden om de inbreuken weg te werken en een nieuwe keuring aan te vragen.
- Keuring bij verkoop, installatie van na 1981: aanvullend controlebezoek door hetzelfde erkende organisme binnen 12 maanden na het controlebezoek.
- Keuring bij verkoop, installatie van vóór 1981: de koper heeft 18 maanden vanaf de datum van de akte.
- Nieuwe installatie, uitbreiding of verzwaring: inbreuken wegwerken vóór de ingebruikname; de netbeheerder sluit pas aan met een positief verslag.
Verkoop je een woning met een negatief verslag? Dat kan gewoon. Lees er alles over in onze complete gids over de elektrische keuring bij verkoop.
Veelgestelde vragen
Moet ik mijn hele installatie vernieuwen na een afgekeurde keuring?
Meestal niet. Alleen de inbreuken die in het verslag staan, moeten weggewerkt worden. Een volledige vernieuwing is pas nodig bij structurele problemen, zoals verouderde bekabeling zonder aarding doorheen de hele woning.
Mag ik mijn installatie blijven gebruiken na een negatief verslag?
Ja, bij een periodieke keuring of een keuring bij verkoop mag de installatie in gebruik blijven tijdens de hersteltermijn. Bij een nieuwe installatie of uitbreiding moet het positieve verslag er zijn vóór de ingebruikname.
Wat controleert de inspecteur bij de herkeuring?
Enkel de inbreuken uit het vorige verslag. Zorg dat je dat verslag en de bijgewerkte schema’s klaar hebt liggen.
Mag ik kleine inbreuken zelf herstellen?
Markeringen aanbrengen of een afdekplaat terugplaatsen kun je zelf. Voor werken aan de bedrading, de verdeelkast of de aarding doe je beter een beroep op een elektricien. Fouten daar leiden tot nieuwe inbreuken bij de herkeuring.
Plan je keuring of herkeuring bij Electro-Test
Of het nu gaat om een eerste keuring of een herkeuring na herstellingen, bij Electro-Test boek je ze online op het moment dat jij kiest. Onze inspecteurs komen langs in heel België en bezorgen je het keuringsverslag per e-mail. Bekijk het overzicht van onze keuringen van elektrische installaties of plan je keuring meteen in via de webshop.

