Een situatieschema elektriciteit is een plattegrond van je woning waarop je met symbolen aanduidt waar elk onderdeel van je elektrische installatie zich bevindt: het verdeelbord, de stopcontacten, de lichtpunten, de schakelaars, de aftakdozen en de aarding. Samen met het eendraadschema is het een verplicht document bij elke keuring van je elektrische installatie.
Veel eigenaars vinden het situatieschema het makkelijkste van de twee schema’s om zelf te maken. Dat klopt, maar het moet wel volledig zijn, de juiste kringnummers bevatten en overeenstemmen met de werkelijkheid. In dit artikel lees je wat er precies op moet staan, hoe je het stap voor stap opmaakt, welke fouten je best vermijdt en wat onze inspecteurs ermee doen tijdens de elektriciteitskeuring.
Wat is een situatieschema elektriciteit precies?
Het situatieschema (ook situatieplan of liggingsplan genoemd) toont de fysieke plaats van alle elektrische elementen in je woning. Je tekent per verdieping een plattegrond en zet daarop met gestandaardiseerde symbolen:
- het verdeelbord en eventuele onderborden;
- de plaats van de teller van de netbeheerder;
- alle stopcontacten (enkel, dubbel, met of zonder aarding, buitencontactdozen);
- alle lichtpunten (plafond, wand, buiten) en de bijbehorende schakelaars (enkel, dubbel, wissel, kruis, dimmer);
- de vaste toestellen: kookplaat, oven, boiler, wasmachine, droogkast, vaatwasser, verwarming, ventilatie, laadpaal, omvormer van zonnepanelen;
- de aftakdozen (verbindingsdozen);
- de aarding: aardingslus of aardingspen, aardingsonderbreker en de equipotentiale verbindingen naar water-, gas- en verwarmingsleidingen;
- bij elk element het kringnummer dat overeenkomt met het eendraadschema.
Het schema hoeft niet op schaal te zijn, maar de plaats van elk element moet herkenbaar zijn. Een keurder moet in de badkamer kunnen zien welk stopcontact bij welk symbool hoort.
Verschil tussen situatieschema en eendraadschema
De twee schema’s worden vaak door elkaar gehaald, maar ze hebben een andere functie.
- Het eendraadschema toont de technische opbouw van de installatie: hoe de stroom van de meter via de differentieelschakelaars en automaten naar elke kring loopt, met kabeltype, doorsnede en het aantal verbruikers per kring. Het zegt niets over de plaats in de woning.
- Het situatieschema toont de plaats in de woning van elk element, maar niet hoe de kringen technisch beveiligd zijn.
De link tussen beide zijn de kringnummers. Kring 4 op het eendraadschema (bijvoorbeeld “stopcontacten slaapkamers, 20 A, 3G2,5 mm²”) moet op het situatieschema terug te vinden zijn als een reeks stopcontacten in de slaapkamers met het cijfer 4 ernaast. En in het verdeelbord moet automaat 4 hetzelfde etiket dragen. Pas als die drie met elkaar kloppen, kan de keurder je installatie vlot controleren.
Stappenplan: zelf een situatieschema opmaken
Het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI) legt niet op wie het situatieschema tekent. Je mag het dus zelf doen, met de hand of digitaal. Zo pak je het aan.
Stap 1: teken de plattegrond
Maak per verdieping een eenvoudig grondplan met de muren, deuren en ramen. Heb je bouwplannen van de architect, dan kun je die als basis gebruiken. Zet de naam van elke ruimte erbij (living, keuken, badkamer, slaapkamer 1…). Vergeet de kelder, de zolder, de garage, het terras en de tuin niet als daar elektriciteit aanwezig is.
Stap 2: plaats het verdeelbord en de aarding
Teken het verdeelbord, de teller en de aardingsonderbreker op de juiste plaats. Duid aan waar de aardingslus of aardingspen zit en waar de equipotentiale verbindingen op de water-, gas- en cv-leidingen aangesloten zijn.
Stap 3: loop ruimte per ruimte door de woning
Ga met je plan in de hand elke ruimte af en noteer elk stopcontact, lichtpunt, schakelaar en vast toestel met het juiste symbool. Werk systematisch (bijvoorbeeld met de klok mee vanaf de deur), zodat je niets vergeet. Kijk ook achter meubels en in kasten.
Stap 4: koppel elk element aan een kring
Schakel in het verdeelbord één automaat tegelijk uit en controleer welke stopcontacten en lichtpunten zonder stroom vallen. Noteer het kringnummer naast elk symbool. Dit is de stap die het meeste tijd kost, maar ook de stap die het schema waardevol maakt.
Stap 5: voeg de administratieve gegevens toe
Vermeld op elk blad het adres van de installatie, de naam van de eigenaar en van wie het schema tekende, de datum en een legende van de gebruikte symbolen. Onderteken het schema.
Stap 6: controleer en maak kopieën
Vergelijk het situatieschema met het eendraadschema: komen de kringnummers overeen en klopt het aantal verbruikers per kring? Maak het schema daarna in drievoud: voor jezelf, voor de installateur en voor het keuringsorganisme.
Welke symbolen gebruik je?
Gebruik de gestandaardiseerde symbolen uit het AREI, zodat elke elektricien en keurder je schema meteen leest. De belangrijkste:
- Stopcontact: een halve cirkel met een streepje; een extra streepje duidt op aarding, een cijfer op het aantal contactdozen in één inbouwdoos.
- Lichtpunt: een kruisje, al dan niet in een cirkel (wandlichtpunt met een streepje naar de muur).
- Schakelaar: een cirkel met een schuin streepje; varianten voor dubbele schakelaar, wisselschakelaar, kruisschakelaar en dimmer.
- Aftakdoos: een cirkel met een stip of kruis.
- Verdeelbord: een rechthoek met de vermelding “verdeelbord” of een afkorting.
- Vaste toestellen: een rechthoek of specifiek symbool met de naam van het toestel (bv. kookplaat, boiler, wasmachine).
- Aarding: het klassieke aardingssymbool met drie horizontale streepjes.
Gebruik je een eigen symbool, bijvoorbeeld voor een warmtepomp of laadpaal, zet het dan in de legende. Doe-het-zelfzaken, fabrikanten van elektrisch materiaal en de sectorfederatie Volta publiceren symbolentabellen die je als houvast kunt gebruiken.
Veelgemaakte fouten op een situatieschema
- Geen kringnummers. Een plattegrond vol stopcontacten zonder vermelding van de kring is voor de keurder onbruikbaar.
- Kringnummers die niet overeenstemmen met het eendraadschema of met de etiketten in het bord.
- Vergeten ruimtes: garage, kelder, zolder, buitenverlichting, tuinhuis of oprit met laadpaal.
- Verouderd schema. Er werden stopcontacten bijgeplaatst of een keuken verbouwd, maar het schema dateert nog van de oorspronkelijke installatie.
- Geen aarding en equipotentiale verbindingen aangeduid.
- Onleesbaar of te klein, bijvoorbeeld een volledige woning op één A5-blaadje.
- Geen datum, naam of handtekening.
Wat bij verbouwingen of een uitbreiding?
Verbouw je, plaats je een nieuwe keuken, een laadpaal of zonnepanelen? Dan verandert je installatie en moet je situatieschema mee veranderen. Bij een belangrijke uitbreiding of wijziging is bovendien een keuring van de nieuwe installatie of uitbreiding verplicht vóór ingebruikname. De keurder controleert dan de uitbreiding en verwacht een aangepast situatieschema en eendraadschema waarop de nieuwe kringen staan.
Praktische tip: maak van je situatieschema een werkdocument. Teken bij elke aanpassing meteen de wijziging in en noteer de datum. Zo heb je bij de volgende keuring, of bij de verkoop van je woning, altijd een actueel schema klaarliggen. Bij een elektrische keuring bij verkoop geef je de schema’s samen met het keuringsverslag door aan de koper.
Wat doet de keurder met je situatieschema?
Een elektriciteitskeuring start met een administratief nazicht: de inspecteur bekijkt je eendraadschema en situatieschema en controleert of ze volledig zijn. Daarna volgt de visuele controle, waarbij hij de schema’s vergelijkt met de werkelijke installatie. Hij gaat na of de stopcontacten en lichtpunten op de aangeduide kringen zitten, of de vochtige ruimtes achter een differentieelschakelaar van 30 mA hangen en of de aarding en equipotentiale verbindingen aanwezig zijn zoals getekend.
Het situatieschema helpt de inspecteur dus om gericht te controleren en metingen uit te voeren op de juiste plaatsen. Ontbreekt het schema of klopt het niet, dan noteert hij dat als inbreuk in het keuringsverslag. Dat kan tot een negatief verslag leiden, zelfs als de installatie technisch in orde is. In ons artikel over een afgekeurde elektrische keuring lees je welke andere inbreuken vaak voorkomen.
Veelgestelde vragen
Is een situatieschema verplicht bij elke keuring?
Ja. Het AREI vereist voor elke huishoudelijke installatie een eendraadschema en een situatieschema. De keurder vraagt ze bij een keuring van een nieuwe installatie, een uitbreiding, een periodieke keuring en een keuring bij verkoop.
Mag ik het situatieschema met de hand tekenen?
Ja. Een duidelijke tekening met de hand op een plattegrond is voldoende, zolang alle elementen, kringnummers, symbolen en administratieve gegevens erop staan. Digitaal tekenen is handiger als je het schema later wil aanpassen.
Wat als ik mijn situatieschema kwijt ben?
Dan maak je een nieuw schema op volgens het stappenplan hierboven, of je laat dat door een elektricien doen. Bij oudere installaties zonder schema’s is dat vaak de eerste stap om de installatie keuringsklaar te maken.
Moet mijn situatieschema op schaal zijn?
Nee. Een schets volstaat, zolang de plaats van elk element duidelijk herkenbaar is. Een grondplan van de architect als basis maakt het wel overzichtelijker.
Hoeveel exemplaren heb ik nodig?
In de regel drie: één voor jezelf (bewaar het bij je keuringsverslag), één voor de installateur en één voor het keuringsorganisme.
Schema’s klaar? Plan je elektriciteitskeuring
Met een correct situatieschema en eendraadschema verloopt de keuring van je elektrische installatie sneller en vermijd je een onnodige inbreuk in je verslag. Onze inspecteurs komen in heel België langs en je kiest zelf dag en tijdstip.
Plan je elektriciteitskeuring online of bekijk het overzicht van onze elektrische keuringen voor particulieren. Vragen? Bel 02/751.98.39 of mail naar info@electro-test.be.
